Het dashboard is geen doel op zich
In veel organisaties is het dashboard het eindpunt geworden van een traject. KPI’s zijn gedefinieerd, data is ontsloten, visualisaties zijn gebouwd. Het resultaat ziet er professioneel uit, maar in de praktijk blijft het gesprek vaak hangen bij verklaren en nuanceren.
Wat ontbreekt, is een expliciete koppeling tussen:
- afwijking
- interpretatie
- besluitvorming
- actie
Een dashboard zonder deze koppeling is informatief, maar niet sturend.
Inzicht vs. actie: een fundamentele ontwerpkeuze
Het dilemma wordt vaak zichtbaar in een ogenschijnlijk simpele vraag: Tonen we afwijkingen in absolute aantallen, of in percentages?
Neem een voorbeeld:
- Doel: 25 uitgevoerde scans
- Werkelijk: 20 scans
Afwijking:
- −5 scans
- −20%
Beide zijn correct. Maar ze leiden tot ander gedrag.
- Absolute aantallen nodigen uit tot operationeel denken: “Wie kan er nog vijf doen?”
- Percentages nodigen uit tot prioriteren: “Waarom zitten we hier 20% onder plan?”
Voor MT- en CFO-niveau is juist dat laatste cruciaal.
Waarom percentage-afwijkingen beter sturen
Een MT-dashboard moet in één oogopslag antwoord geven op drie vragen:
- Liggen we op koers?
- Waar wijken we af?
- Waar moeten we ingrijpen?
Percentage-afwijkingen ten opzichte van plan zijn daarvoor effectiever dan absolute verschillen, om drie redenen:
1. Vergelijkbaarheid
KPI’s verschillen sterk in schaal: euro’s, aantallen, percentages.
Een afwijking van −10% is direct vergelijkbaar, een afwijking van −5 stuks niet.
2. Prioritering
Een percentage laat zien hoe ernstig de afwijking is, niet alleen dát er een afwijking is. Dat ondersteunt besluitvorming.
3. Consistentie
Financiële KPI’s worden vrijwel altijd relatief beoordeeld. Door dit principe ook toe te passen op niet-financiële KPI’s ontstaat rust en uniformiteit in sturing.
Van dashboard naar stuurinstrument: de rol van drempels
Cruciaal hierbij is dat afwijkingen niet vrijblijvend zijn. Een kleur zonder betekenis leidt niet tot actie.
Daarom werkt een volwassen dashboard altijd met:
- vooraf vastgestelde bandbreedtes
- expliciete signaalniveaus
- afgesproken actieregels
Bijvoorbeeld:
- tot −5%: monitoren
- tussen −5% en −10%: analyseren
- meer dan −10%: actie verplicht
Deze afspraken horen niet impliciet te zijn, maar vastgelegd, bijvoorbeeld in een KPI-playbook. Het dashboard toont het signaal. Het playbook bepaalt het gedrag.
De Navigatiecyclus: sturing als gesloten kring
Effectieve sturing vraagt om meer dan alleen meten. Het vraagt om een samenhangende cyclus waarin strategie, uitvoering en feedback met elkaar verbonden zijn.
In de Navigatiecyclus komt dit samen:
- Missie en visie vormen het vertrekpunt
- Strategische doelen worden vertaald naar kritieke succesfactoren (KSF’s)
- KSF’s worden meetbaar gemaakt via KPI’s
- KPI’s worden gevolgd via dashboards
- Afwijkingen leiden tot analyse en selectie van initiatieven
- Verbeteracties worden uitgevoerd
- Feedback voedt opnieuw strategie en doelen
Het dashboard is hierin geen eindstation, maar een scharnierpunt tussen analyse en actie.

Absolute cijfers blijven relevant: maar niet op het dashboard
Betekent dit dat absolute aantallen geen waarde hebben? Integendeel.
Ze zijn essentieel:
- in de analyse
- in de toelichting
- in het gesprek met verantwoordelijke teams
Maar het MT-dashboard zelf moet selectief zijn. Het toont niet alles wat waar is, maar datgene wat nodig is om te sturen. Het signaal is leidend. De verdieping volgt daarna.
Conclusie: ontwerpen voor gedrag
Het klassieke dashboard-dilemma is geen technisch vraagstuk, maar een gedragsvraagstuk.
Wie dashboards ontwerpt vanuit:
- percentages in plaats van aantallen
- vaste drempels in plaats van interpretatie achteraf
- expliciete koppeling tussen signaal en actie
…ontwerpt geen rapportage, maar een sturingsinstrument.
En dat is precies wat een MT nodig heeft: geen extra cijfers, maar scherpte, focus en handelingsperspectief.


